Menu

Cart

“Mijn schuim kan je aansnijden”

Zelfs tot ver buiten de wijk kent iedereen de leuze: “Wat is beroemd in Slotervaart? Schoutens hazelnoot taart!” Middenstanderspoëzie van het onverwoestbare soort. De slagzin werd destijds door Cornelis Schouten zelf verzonnen: “toentertijd had ik nog een beetje fantasie”. Niet minder karakteristiek is de eekhoorn die als initiaal met krulstaart en hazelnoot de familienaam Schouten opsiert. Ook dit aardige beeldmerk gaat al ruim een halve eeuw mee. Maar uiteindelijk is het natuurlijk de onovertroffen hazelnoottaart zèlf die Schouten wijd en zijd tot een begrip maakt. Sinds 1980 wordt de zaak gerund door het echtpaar Wil en Yvonne Dielen, maar het was Cornelis Schouten die in 1958 met de winkel begon.

winkel

Hij herinnert zich hoe hij op het openingsfeest aanvankelijk dacht: “was ik er maar nooit aan begonnen”. De grote hoeveelheid hazelnootgebak werd toen niet verkocht. De klanten reageerden: “Hazelnootschuim? Schuim? Dat hebben we de hele oorlog al gegeten, dat hoeven we niet!” Maar nu is het niet meer weg te denken. Dagelijks worden er twee of drie verkocht en in het weekeinde nog meer. Ze zijn er in drie maten, van zes, acht en tien persoonstaarten en elke maat is altijd voorradig. Naast zo’n 200 of 300 vaste buurtklanten zorgen de bedrijven en ziekenhuizen verderop voor goede klandizie. Ook komen de klanten van nog verder. Gezinnen verhuisden naar Badhoevedorp, Halfweg of Almere maar blijven de zaak trouw.

Als buurtwinkel bedient banketbakkerij Schouten in die zin wel een héél grote buurt.

Want in welke mate is Schouten een buurtwinkel? Enerzijds kent verkoopster Yvonne Dielen namen, adressen en de verjaardagsmaanden van klanten uit haar hoofd. En als vanzelfsprekend wordt na aanschaf voor elke klant de deur even opgehouden. Anderzijds: “Je ziet mensen stoppen met de auto, ze halen gebak en zijn weer weg. Als klanten iets op de toonbank laten liggen (een paar handschoenen bijvoorbeeld) en je rent als winkelier naar buiten toe, dan zijn ze weg! Ze stappen in de auto en je ziet ze niet meer”.

winkel2
Slotervaart is met de jaren verandert. Aan de Huizingalaan vormen de winkels rondom geen buurtje meer voor de dagelijkse boodschappen. Dielen: “van de slager door naar de groentezaak, dat loopje, dat is er niet meer. Dat was omstreeks 1985 een aflopende zaak”. Lamellen of een lege etalage detoneren nu de straat. “Dat doet de zaak geen goed”. Concurrentie van Hema of Albert Heijn speelt eveneens parten: “Het mag allemaal niks kosten”. Ook is de bevolkingssamenstelling de afgelopen decennia ingrijpend verandert. Toch weten allochtonen de weg naar Schouten te vinden. “Via de kinderen op school, ze komen op verjaardagen en zien onze taart, dan willen ze er ook een”. Maar:  “Zij mogen er geen drank in, geen alcohol. Terwijl, in mokkapunt gaat een klein beetje rum”. In de banketbakkerij houdt men daar rekening mee. Er wordt nu ook gebak zonder alcohol gemaakt. Klanten worden er in de winkel op geattendeerd maar apart aangegeven staat het niet.

Wil Dielen: “Het zijn geen drinkers, het zijn snoepers. Bij geboorte, bruiloft, of feest thuis, het kan niet op”. Maar het assortiment wordt verder niet aangepast. Baklava of andere oosterse zoetigheden? In de winkel is er geen directe vraag naar en er zijn genoeg andere adressen. En Dielen meent: “Schoenmaker blijf bij je leest”. Curieus detail in dezen is dat vanaf het allereerste begin de hazelnoten steevast uit Turkije komen, bij Izmir, daar treft men op de berghellingen de beste plantages.

Vooralsnog draait de zaak naar tevredenheid. “Het is hard werken, vroeg op, maar het is ondanks allerlei bureaucratische rompslomp een fijn vak. Met speciale bestellingen als bruidstaarten kan ik mijn creativiteit volop kwijt”.

Tot slot: wat maakt Schoutens hazelnoottaart nou eigenlijk zo beroemd? Volgens Wil Dielen gaat het om de speciale manier van schuimdraaien en de botercrème die in de taarten zit. “Het is een hele taaie schuim. Mijn schuim kan je aansnijden . . . Dat komt door een speciale bereidingswijze, die moet je uitvogelen . . .”, glimlacht Dielen geheimzinnig.

Tekst: Carolus van Doornen